/* Social media openen in nieuw scherm */
085 – 73 78 427 info@omop.nl
Selecteer een pagina

Bij het aangaan van een traditioneel RAW bestek wordt de aannemer meestal gevraagd een bankgarantie af te geven. Conform de UAV 2012 (paragraaf 43a) is de hoogte van de zekerheidsstelling (bankgarantie) vastgesteld op 5% van de aannemingssom. Bij een RAW-raamovereenkomst is er geen sprake van een aanneemsom en gaat deze vlieger dus niet op.

In de Standaard RAW Bepalingen 2015 is in artikel 01.21.03 lid 01 bepaald dat de opdrachtgever geen zekerheidsstelling verlangt op de raamovereenkomst. Deze bepaling komt voort uit de invoering van de Aanbestedingswet 2012.

In de RAW handleiding paragraaf 01.21.03 wordt verwezen naar Voorschrift 3.5 D van de Gids Proportionaliteit waarin het volgende is opgenomen met betrekking tot het verlangen van zekerheidsstellingen op de RAW-raamovereenkomst.

  1. De aanbestedende dienst verlangt geen zekerheidsstelling die niet samenhangt met het afdekken van risico’s ten aanzien van de uitvoering van de opdracht.
  2. Indien een zekerheidstelling wordt verlangd bedraagt deze ten hoogste 5% van de opdrachtwaarde. 
  3. De aanbestedende dienst verlangt geen dubbele zekerheidstellingen. 
  4. Het tweede lid is niet van toepassing indien betaling voorafgaand aan de prestatie onderdeel is van de overeenkomst. 
  5. De aanbestedende dienst verlangt geen cessie van verzekeringspenningen.

In de handleiding zijn bovenstaande voorschriften uit de Gids Proportionaliteit vertaald naar het verlangen van zekerheidsstellingen bij het gebruik van RAW-raamovereenkomsten:

“De waarde van de zekerheidstelling moet in verhouding staan tot de verwachte som van een deelopdracht en tot de aard van de deelopdracht. Nu wordt in de praktijk bij een RAW-raamovereenkomst vaak een zekerheidstelling verlangd in de vorm van een bankgarantie die gelijk is aan 5% van de inschrijvingssom. Dit wordt door aannemers als onredelijk ervaren, vandaar dat deze beperkende bepaling is opgenomen.

De opdrachtgever moet beoordelen wat de kans is dat de aannemer zijn verplichtingen niet kan nakomen. Hierbij is het belangrijk te realiseren dat het risico niet de waarde van de gehele RAW-raamovereenkomst (inschrijvingssom) betreft, maar slechts ten hoogste de waarde van de gelijktijdig lopende deelopdrachten.

In veel gevallen zal het risico bij een deelopdracht beperkt zijn. De opdrachtgever zal derhalve bij het verstrekken van een deelopdracht moeten nagaan of het verlangen van een zekerheidstelling wel reëel is. De opdrachtgever zal bij elke deelopdracht moeten nagaan of het wel gebruik maken van paragraaf 43a van de UAV zin heeft of dat een andere, beter passende en proportionele oplossing voor de zekerheidstelling moet worden bedacht.

Vanwege het niet verlangen van een zekerheidstelling op de raamovereenkomst kan de aannemer bij het bepalen van de inschrijvingssom geen rekening houden met de kosten voor het stellen van een eventuele zekerheid bij deelopdrachten. Deze kosten zullen bij de betreffende deelopdracht op stelpost moeten worden verrekend.”

Mijn advies

Ik adviseer om met betrekking tot het verlangen van zekerheidstellingen aan te sluiten bij artikel 01.21.03 van de Standaard RAW Bepalingen 2015. Voor de meeste deelopdrachten is de doorlooptijd kort en zijn de risico’s dusdanig klein dat het verlangen van een zekerheidsstelling niet proportioneel is. Zodra de doorlooptijd en omvang van een deelopdracht groter worden, kan alsnog voor het verlenen van de deelopdracht een zekerheidsstelling worden verlangd van de aannemer. De kosten voor het verkrijgen van de zekerheidsstelling kunnen aan de aannemer worden vergoed door middel van een extra declaratie.

Meer informatie

Sander Bekker

Adviseur civiele techniek

06 - 12 06 00 02